Een reflectieve methode om leraren meer inzicht te bieden in het eigen denken en handelen, vooral ten aanzien van leerlingen die vanwege hun gedrag een sterk appèl doen op de leraar.
Verschillen in waarneming
Wat de ene persoon een lastig kind vindt, beschouwt een ander juist als een jongetje of meisje met pit. Met andere woorden: wat voor de ene mens een probleem is hoeft voor een ander geen probleem te zijn. Het is maar net hoe mensen de wereld om hen heen ervaren. Bij leraren is het niet anders, terwijl er van hen wel wordt verwacht, dat ze als min of meer objectieve waarnemers kunnen optreden. Ze kennen soms heel verschillende kwalificaties toe aan het gedrag van een en hetzelfde kind. En dan wordt het lastig om over leerlingen te praten, bijvoorbeeld in een leerlingbespreking, laat staan om een gezamenlijke aanpak van een ‘gedragsmoeilijke’ leerling te bepalen en die concreet vorm te geven in de school.
Project
Over dit thema is in de Faculteit Educatie (Hogeschool Utrecht) een project gestart. Doel ervan is om een werkwijze te ontwikkelen, waarmee leraren aan de slag kunnen om het eigen (individuele) denkproces over leerlingen tegen het licht te houden. In het project wordt aangesloten bij de constructenpsychologie van Kelly. Volgens Kelly bouwt elk individu in de loop van zijn leven een eigen werkelijkheid op met een aantal persoonlijke opvattingen en overtuigingen. Hij noemt dat constructen. Deze vormen het persoonlijke interpretatiekader van een mens; achter elk construct zit een apart verhaal. Daarom zijn ze ook voor ieder individu uniek.
Constructen bepalen hoe een leraar zijn of haar leerlingen tegemoet treedt. Een leraar ziet een kind als druk, behulpzaam, afstandelijk, warm, weinig creatief, intelligent. Anderen, bijvoorbeeld ouders, kunnen een totaal andere beleving hebben van ditzelfde kind. Het is de kunst om zicht te krijgen op de eigen constructen zodat men weet hoe het eigen beeld over een leerling tot stand komt. De werkwijze van het project maakt concreet welke constructen leraren in hun dagelijkse leven gebruiken. En welke zij inzetten om de gedragingen van hun leerlingen te beoordelen. Door in de eigen spiegel te kijken kan een leraar bijvoorbeeld ontdekken met welk type gedrag hij/zij meer of minder affiniteit heeft en mogelijk ook waarom dat zo is.
Wat kan de werkwijze u bieden?
· U krijgt zicht op uw persoonlijke opvattingen en ideeën over (gedragsmoeilijke) leerlingen, uw constructen.
· U kunt daarbij gebruikmaken van een computerprogramma.
· U wordt gestimuleerd uw interacties met uw leerlingen te observeren, te analyseren en bij te stellen.
· U krijgt meer zicht op oorzaken van eventuele moeizame communicatie.
· U kunt uw inzichten benutten bij het verder ontwikkelen van het pedagogisch klimaat op uw school.
· U wordt gestimuleerd tot het ontwikkelen en beantwoorden van eigen leervragen. Die kunt u verbinden met uw eigen professionalisering (portfolio).
Wat kunnen wij u bieden?
· Oriëntatiebijeenkomst voor het team over de werkwijze (circa 1 ½ uur).
· Train de trainers-bijeenkomsten, waarin de werkwijze ‘op maat’ wordt gemaakt voor uw school (circa 5 keer 3 uur).
· Trainings- en coachingsbijeenkomsten voor het team (circa 5 keer 3 uur).
· Ideeën voor vervolgactiviteiten in uw school. We denken hierbij bijvoorbeeld aan het uitwerken van een verdiepingsthema, zichtbaar maken van kwaliteiten van een team, sectie of unit.
Informatie
Voor inhoudelijke vragen over Leraar in de spiegel kunt u contact opnemen met Hans van de Kant, Regiomanager Seminarium voor Orthopedagogiek regio Utrecht via mail (hans.vandekant@hu.nl) of telefoon (030 2547387). Wilt u de brochure ontvangen? Stuur dan een mailtje met daarin uw gegevens naar wilma.pijnenburg@hu.nl.
Literatuur
Beukering, T. van & Touw, H. (2005). Persoonlijke constructen van leraren over gedragsmoeilijke leerlingen: via reflectie naar zelfinzicht en professioneel handelen. In H. Jansen (red.), Levend leren. Ontwikkeling, onderzoek en ondersteuning binnen het pedagogisch werkveld (pp. 143-157). Utrecht: Agiel.
|
Enige reacties van deelnemers
· ‘Het was een avontuur om mijn eigen constructen en die van mijn collega te verzamelen terwijl we aan dezelfde leerlingen dachten. Onze constructen waren duidelijk verschillend. Dit project heeft me geholpen bij het leren kennen van de bril waardoor ik kijk, op z’n minst de kleur van de glazen’.
· ‘Deze zelfevaluatie veroorzaakte een ommezwaai in mijn denkproces. Ik weet nu veel meer over mijzelf (mijn sterke en zwakke punten) en ik weet wat ik nog heb te leren over mijzelf’.
· ‘Vooraf had ik altijd vrij duidelijke ideeën over leerlingen en hun ouders. Ik ben nog altijd wat kritisch, maar ik zal niet meer zo snel met een vinger naar iemand wijzen. Ik ben een helikopterview aan het ontwikkelen’.
· ‘Mijn reflectieproces heeft zich verdiept door het lezen over mijn constructen. Ik denk dat deze methode heeft bijgedragen aan een meer onderzoekende houding van mijn eigen onderwijspraktijk’
|