Lezen en laten lezen …
FICTIEONDERWIJS & VERNIEUW(EN)DE LITERATUURDIDACTIEK
Notitie ten behoeve van de discussie over vernieuwingen in het fictieonderwijs van de bachelor- en masteropleiding Nederlands aan de Educatieve Faculteit van de Hogeschool Utrecht
Inleiding
Binnen de vakgroep Nederlands van Instituut Archimedes heerst al zeer lange tijd overeenstemming over het belang van goed fictieonderwijs. Dit blijkt ondermeer uit de hoeveelheid EC’s die in het curriculum van de opleiding is gereserveerd voor fictieonderwijs in de meest ruime zin van het woord: jeugdliteratuur, historische letterkunde, moderne letterkunde, proza- en poëzieanalyse, literatuurgeschiedenis, literatuurtheorie, literatuurdidactiek en boekverfilming. Wel is er op dit moment een grote behoefte aan een aantal aanpassingen van dit deel van de studie en er is vraag naar een vernieuw(en)de literatuurdidactiek.
Aanpassingen en vernieuwingen van (een deel van) het onderwijscurriculum vragen altijd om grote zorgvuldigheid, niet alleen van de degene die met de voorstellen komt, maar ook van de collega’s die vormgeven aan het onderwijs. Daarnaast vormen de voorstellen tot aanpassing en verandering ook een goede gelegenheid om eens kritisch naar het curriculum als geheel te kijken en met elkaar in discussie te raken over dat waar wij zoveel belang aan hechten: goed (fictie)onderwijs.
In het geval van veranderingen in het fictieonderwijs op onze opleiding zullen we onder meer rekeningen moeten houden met de huidige stand van zaken met betrekking tot het literatuuronderwijs in het voortgezet onderwijs – het 2e graadsveld: vmbo en havo- vwo-onderbouw en het 1e graadsveld: tweede fase van havo en vwo, maar ook het nu nog goeddeels veronachtzaamde hbo, te weten pa’s en lerarenopleidingen. Daarnaast zullen de recente ontwikkelingen in de literatuurwetenschap en de wetenschappelijke inzichten op het terrein van (technisch)lezen en leesonderwijs een belangrijker rol moeten gaan spelen dan zij op dit moment lijken te doen. Nadrukkelijk zullen sommige wensen van de studenten meegenomen moeten worden in de veranderingen. Tevens zullen de uitkomsten van de werkgroep Toetsing en beoordeling van het cluster talen in de masteropleiding meegenomen moeten worden in eventuele veranderingen. Tot slot dienen deze voorstellen tot vernieuwing gerelateerd te worden aan de kennisbasis Nederlands, die voor de bacheloropleidingen in een afrondende fase is gekomen en die voor de masteropleidingen op dit moment ontwikkeld wordt. En tot slot is er nog de wens om te komen tot een doorgaande leerlijn fictieonderwijs voor de bachelor- en de masteropleiding Nederlands. Het zijn nogal wat zaken waar rekening mee gehouden moet worden.
Klik hier voor het volledige artikel van Kees Nuijten.