Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft maandag 22 september bij de Faculteit Educatie van Hogeschool Utrecht Krachtig meesterschap gepresenteerd, de kwaliteitsagenda voor het opleiden van leraren. In die kwaliteitsagenda staan maatregelen die tussen 2008 en 2011 worden genomen om de kwaliteit van de opleidingen van leraren te versterken en de instroom in de opleidingen te vergroten.
Met een aantal maatregelen zoekt Van Bijsterveldt een oplossing voor de kwalitatieve en kwantitatieve tekorten in het onderwijs:
Meer academici voor de klas
Het ministerie van OCW stimuleert de ontwikkeling van een nieuwe educatieve minor, als leerroute in het universitaire bacheloronderwijs. Afgestudeerde bachelors krijgen hiermee de bevoegdheid om in het vmbo-tl en de onderbouw van het havo en vwo les te geven. Tijdens hun studie kunnen ze dan (als bijbaan) al werken in het onderwijs. Eventueel kunnen deze leraren dan later met een educatieve master een eerstegraads bevoegdheid halen. Van Bijsterveldt hamerde erop dat lesgeven allerlei kwaliteiten vraagt die ook in een eventuele verdere carrière in het bedrijfsleven van pas kunnen komen, zoals leiderschapskwaliteiten en sociale intelligentie. "Met de educatieve minor kunnen studenten al vroeg ontdekken wat een geweldig vak het leraarschap is, en boren we nieuw goud aan om de kwaliteit van het onderwijs te vergroten," denkt Van Bijsterveldt.
Bestaande lerarenopleidingen versterken.
De staatssecretaris wil met een selectie bij de instroom van de lerarenopleidingen zorgen dat eventuele kennisdeficiënties worden opgespoord en weggewerkt voordat de student met de opleiding kan beginnen. Bijspijkercursussen in de vorm van ‘Summer courses’ zullen daarbij (tijdelijk) financieel worden ondersteund. De Onderwijsraad is gevraagd om te onderzoeken of een verplicht vakkenpakket het niveau van de lerarenopleidingen zou kunnen verhogen. Ook vindt de staatssecretaris het belangrijk dat de eindtermen geëxamineerd worden. Zij roemde de initiatieven waarbij leraren in de scholen worden opgeleid, zoals de hbo-opleiding Docent Beroepsonderwijs (Samen op Scholen) van Hogeschool Utrecht . Een keurmerk voor opleidingsscholen zal als basis voor financiering gebruikt worden.
Beroepsperspectief verbeteren
De tijd dat jongeren een beroep kiezen voor de rest van hun leven is voorbij. Van Bijsterveldt deed tijdens de presentatie van de kwaliteitsagenda een appèl op de scholen om na te denken over hun schoolorganisatie. Het moet voor bachelorstudenten duidelijker worden dat als zij nu voor het onderwijs kiezen, dat niet hoeft te betekenen dat zij de rest van hun leven voor de klas komen te staan. En andersom kan een carrière in het onderwijs interessant zijn voor mensen uit bijvoorbeeld het bedrijfsleven. ‘Een leven lang leren’ geldt ook als credo voor de leraren zelf, vindt Van Bijsterveldt. “Hersenchirurgen die aan de hersenen van onze kinderen komen moeten zich permanent bijscholen, dat vinden we normaal. Leraren komen ook aan de hersenen van onze kinderen.”
Het is geen toeval dat Van Bijsterveldt Hogeschool Utrecht heeft uitgekozen om haar agenda te presenteren. Hogeschool Utrecht verzorgt met ingang van dit studiejaar samen met Universiteit Utrecht de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs. Deze opleiding voor scholieren met een vwo-diploma combineert een universitaire onderwijskundige studie met de pabo. Afgestudeerden zullen zowel wetenschappelijke als praktische kennis bezitten, en krijgen daarvoor twee diploma's.
Lees ook het bericht op de site van het Ministerie van OCW.
Download:
Krachtig meesterschap. Kwaliteitsagenda voor het opleiden van leraren 2008-2011