Verslag Ontmoetingsdag Lectoraat Dovenstudies 

 

Zo’n 28 mensen, zowel doof als (slecht)horend, waren zaterdagmiddag 7 juni aanwezig op de ontmoetingsdag van het lectoraat dovenstudies. De lector, Beppie van den Bogaerde, lichtte allereerst het doel van de middag toe. Het Lectoraat Dovenstudies (LDS) verricht onderzoek in het werkveld en koppelt de resultaten direct terug naar de praktijk. Omdat het praktijkgericht onderzoek betreft, wil het lectoraat graag weten welke onderzoeksonderwerpen vanuit de Dovengemeenschap worden aangedragen.

 

De belangrijkste speerpunten van het LDS zijn de dovencultuur, de didactiek van NGT en NGT-gebruik (hoe leer je mensen de gebarentaal aan? ) en tolkaspecten (wat komt er kijken bij het tolken?). Drie belangrijke begrippen zijn: empowerment, diversiteit en participatie. Onder empowerment wordt verstaan: zelfredzaamheid vergroten, het leven in eigen handen nemen; diversiteit houdt in: alle aspecten waarop alle mensen van elkaar verschillen en participatie wil zeggen: deelname aan de maatschappij, naar eigen kunnen.

Na een voorstelrondje van de leden van de kenniskring (Gardy van Gils, Rob de Lange, Jan Nijen Twilhaar, Marieke Rensman en Annemieke Voor in ’t Holt) waarin kort iets over het lopende onderzoek werd verteld, volgde een discussie, die werd getolkt door drie tolken. Twee tolken vertaalden van en naar de Nederlandse Gebarentaal en daarnaast was er een tolk Amerikaanse Gebarentaal, die voor eregast Ben Bahan (Gallaudet University, Washington DC)  vertaalde. De volgende opmerkingen kwamen uit het publiek:

 

  • Het lectoraat wil informatie-uitwisseling, maar willen dove mensen daar wel aan meewerken? Het is heel moeilijk om informatie te krijgen vanuit de Dovengemeenschap.
  • Er wordt gesproken over dovencultuur, maar is die er wel? De lector antwoordde hierop dat de Dovencultuur nog niet beschreven is, maar dat verschillen en overeenkomsten met de horende cultuur in kaart gebracht worden. Hopelijk zijn over enkele jaren de eigenheden van de Dovengemeenschap in Nederland in kaart gebracht. 
  • Er wordt teveel vanuit de gehandicaptenbenadering gedacht en dat is niet goed. De gelijkwaardigheid van mensen moet juist benadrukt worden. Wat kunnen mensen zelf voor bijdrage leveren aan de maatschappij?

 

Daarna vond er een brainstorm plaats, in de vorm van mindmapping bij het begrip “dovencultuur”. Daar werd vanuit het publiek aandacht gevraagd voor de volgende onderwerpen:

  • In 1986 is er voor het laatst onderzoek gedaan naar arbeidsparticipatie van doven (Breed & Swaans-Joha). Nu, 22 jaar later, heeft de helft van de doven nog steeds geen werk. Er zou een herhalingsonderzoek uitgevoerd moeten worden, zodat de politiek ook weet hoe het er voor staat.
  • In het buitenland is er veel betrokkenheid en uitwisseling en een grote participatie van doven aan het dovenonderwijs. Hoe zit dat in Nederland?
  • Er wordt nooit gevraagd aan dove jongeren hoe zij hun toekomstperspectief zien. Horende jongeren staan heel veel in de belangstelling, maar hoe denken dove jongeren over hun toekomst, over trouwen en werken? Waar dromen zij over?
  • Hoe wordt er vanuit verschillende perspectieven (sociaal, medisch, cultureel) gekeken naar de dovengemeenschap?
  • Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de invloed van dovencultuur op de geestelijke gezondheid. Kan er gesteld worden dat iemand die zich goed voelt in de dovencultuur zich ook geestelijk beter voelt?
  • Het lijkt of er een bepaalde groep is van “onzichtbare doven”. Wat gebeurt er met hen? Bij de overgang van school - vaak een hele hechte gemeenschap - naar werk raakt men het contact kwijt.
  • Er is verbazing over de onzichtbaarheid van horende kinderen van dove ouders in de dovengemeenschap. Coda’s (children of deaf adults) horen er ook bij. De Dovengemeenschap moet zich veel meer om hen bekommeren.
  • Er moet onderzoek gedaan worden naar de ontwikkelingen op het gebied van genetica. Verdwijnt de dovenwereld, door de ontwikkeling van de medische technologie? Veel dove mensen hebben het gevoel dat er aan ze wordt getrokken en dat ze een cochleair implantaat moeten laten plaatsen. Keuzevrijheid, ook voor volwassenen, is noodzakelijk. 
  • Hoe wordt de identiteit versterkt? Wat hebben mensen nodig om hun identiteit te ontwikkelen? Identiteit is de basis van waaruit mensen dingen doen. Het is heel belangrijk om die centraal te stellen. Mensen die zich betrokken voelen, voelen zich beter omdat ze bij een groep horen. Wat zijn de verschillen tussen de identiteit van doven en van horenden? Wat is de overlap? En wat gebeurt er wanneer iemands identiteit niet tot bloei is gekomen?
  • Er is veel geschreven over dove mensen, maar kijk naar de mensen zelf! Maak het onzichtbare zichtbaar, vraag hen dingen, anders haken ze af. Ze moeten gelijkwaardig mee kunnen doen. Hun positie lijkt nu te kelderen. De onderzoeksmethodiek is een belangrijk aandachtspunt. Een goede methode is de geschiedenis en het verhaal van de mensen op te tekenen. 
  • Het welbevinden van doven op hun werk zou onderzocht moeten worden. Veel dove mensen hebben problemen op hun werk, ze werken bijvoorbeeld onder hun niveau. 
  • Waarom kiest de ene persoon wèl en de andere niet voor deelname aan de  Dovengemeenschap? Waarom blijven sommige mensen wel betrokken en andere niet? Wat zijn de bepalende factoren? Het is moeilijk om dove vrijwilligers te vinden. Welke randvoorwaarden zijn nodig om mensen binnen te halen en vast te houden?
  • Als de interactie van kinderen in het gezin goed is, kunnen zij later makkelijker een goede positie innemen. 
  • Er is meer overdracht tussen de dove en de horende wereld nodig. Informatie en beeldvorming zijn heel belangrijk.
  • Hoe kan de dovenwereld zich beter profileren? Er zou een woordvoerder moeten zijn die namens alle Doven kan spreken. 
  • Voor dove kinderen is deelname aan dovensport heel belangrijk. Zo houden ze contact en leren ze samenwerken. Er is meer onderzoek nodig naar de invloed van dovensport op kinderen.
  • Wat betekent doof eigenlijk? De definitie verandert. Er is een biologische definitie, maar ook een taalkundige.
  • Hoe veranderen dove mensen de ruimte? Denk daarbij aan bijvoorbeeld de inrichting van hun leefwereld, zoals het woonhuis. Bestaat er een speciale architectuur voor dove mensen?
  • Welke invloed heeft de cultuur op het doof-zijn? In de Verenigde Staten is de dovencultuur meer geëmancipeerd. Waarom wordt de term doof op een bepaalde manier gebaard? Komt dat door de cultuur? Wat zijn de verschillen tussen dovenculturen, internationaal gezien?

 

De lector merkte aan het eind van de middag op dat doven in Nederland nog te veel onzichtbaar zijn, waardoor er veel onwetendheid is bij de beleidsmakers. Er worden nog steeds veel zogenaamd onschuldige opmerkingen over doven gemaakt, die heel verkeerd overkomen. Dove mensen hebben informatie nodig over hoe ze hun rechten kunnen verwerven. Ze moeten leren de ruimte in te nemen, bijvoorbeeld binnen de politiek, en ze moeten leren omgaan met belemmerende èn bevorderende factoren. De rode draad binnen het hele verhaal is identiteit en beeldvorming. De middag werd afgesloten met de opmerking dat actieve mensen nodig zijn. Het lectoraat ondersteunt de dovengemeenschap, doet onderzoek en heeft ruimte daarvoor. De Dovencultuur staat hoog bij het lectoraat in het vaandel!

 

Interessante links:

 

Terug

LOGIN

WIKI

NIEUW IN DE WEBLOGS

  1. mvanast /  Test