Loes Wauters: "Bij leesonderwijs aan dove kinderen is woordenschatontwikkeling belangrijk" 

  1. Afzender: Onderwijsweb 
Vijfentwintig procent van de kinderen verlaat de basisschool met een leesachterstand van twee jaar. Bij dove kinderen is de achterstand vaak nog veel groter.
 
Onderwijsweb vroeg dr. Loes Wauters, gespecialiseerd in het leesonderwijs aan dove kinderen, of het debat over laaggeletterdheid ook betrekking heeft op het leesonderwijs aan dove kinderen.

 

“Het grote verschil tussen het leesonderwijs aan horende kinderen (of volwassenen) en het leesonderwijs aan dove kinderen, is dat horenden leren lezen met behulp van de klank-letterkoppeling van een taal die ze al machtig zijn. Dat kan bij dove kinderen meestal niet. Zij leren dus lezen op andere manieren, via gebarentaal en vingerspelling bijvoorbeeld.

 

Er is de afgelopen jaren wel het een en ander veranderd, omdat veel dove kinderen nu een cochleair implantaat (CI) hebben. In het leesonderwijs speelt nu de discussie of we bij dove kinderen meer gebruik moeten gaan maken van gesproken taal. Ikzelf zou nog niet durven over te stappen, op leesonderwijs volledig gestoeld op verklanken. We weten namelijk niet of kinderen met een CI wel genoeg klanken waarnemen om op basis daarvan te leren lezen. Zeker voor het opbouwen van een uitgebreide woordenschat lijkt gebarentaal onontbeerlijk. Dan kan een kind leren dat B –OO-M verwijst naar het concept ‘boom’.

 

Dat technisch lezen belangrijk is voor alle laaggeletterden, ook doven en slechthorenden, is duidelijk. De cursussen voor volwassenen op ROC’s waar bij Pauw&Witteman over werd gesproken lijken zich vooral te richten op het proces van technisch lezen. Ook bij het leesonderwijs aan dove kinderen moet je doorlopend aandacht blijven besteden aan het technisch lezen. Technisch kunnen lezen is een voorwaarde om goed begrijpend te kunnen lezen.”

 

Hoe zit het met begrijpend lezen, zijn er verschillen met horende laaggeletterden?

 

“Bij het begrijpend lezen zou het taalaanbod dat dove kinderen krijgen, ook dove kinderen met eenCI, weleens tekort kunnen schieten. We weten dat horende kinderen heel veel leren via ‘incidenteel leren’: gesprekken die ze toevallig opvangen, bijvoorbeeld. Dit werkt voor dove kinderen niet zo, ook niet voor kinderen met een CI. Een doof kind met een CI kan misschien goed volgen wat er in één-op-één situaties tegen hem gezegd wordt, die toevallige gesprekjes hoort hij niet.

 

In mijn onderzoek naar het begrijpend leesniveau van dove kinderen lazen de kinderen gemiddeld op het niveau van horende kinderen uit groep 3, en dat is slechter dan je op basis van hun technisch leesniveau zou mogen verwachten. De verklaring voor de lage scores in begrijpend lezen moet dus liggen in het taalbegrip: het kunnen afleiden van betekenissen, en het kunnen interpreteren van zinnen. En daarin zit denk ik een groot verschil met bijvoorbeeld dyslectici, of met laaggeletterde volwassenen bij wie kennis van de taal waar ze in lezen al aanwezig is. Vaak zien we dat bij dove kinderen de woordenschat tekort schiet, doordat de taalinput minder toegankelijk is. Op die woordenschat vallen ze dus uit; we weten immers dat kinderen minimaal 95% van de woorden uit een tekst moeten kennen, willen ze er iets van kunnen begrijpen.”

 

 

Dr. Loes Wauters is onderzoeker bij Stichting PonTeM en coördinator van de Master Dovenstudies/Leraar NGT aan het Instituut voor Gebaren, Taal en Dovenstudies, HU.  

 

Reageren?

Wilt u reageren op dit interview, of op het thema 'laaggeletterdheid'? Mail uw Commentaar naar redactie@onderwijsweb.nl.

 

Meer lezen?

Bekijk het kennisdossier van Loes Wauters over Leesonderwijs aan dove kinderen

Terug

LOGIN

WIKI

VACATURES

  1. Lichamelijke opvoeding / Hoofddorp
  2. Algemeen vormend onderwijs / Hoofddorp
  3. Engels / Hoofddorp
  4. Aardrijkskunde / Hoofddorp
  5. Nederlands / Amsterdam

NIEUW IN DE WEBLOGS

  1. mvanast /  Test