Toekomstige leraren leren het vak niet meer louter op de hogeschool maar grotendeels in de praktijk. Instituut Archimedes onderzoekt samen met de opleidingsscholen hoe haar studenten het best kunnen worden opgeleid. Het resultaat van die samenwerking: maatwerk, waar zowel de studenten als de opleidingsschool wel bij varen.
Sabine van den Brink van Instituut Archimedes van Hogeschool Utrecht maakte een opleidingsplan voor Christelijk College Groevenbeek (CCG), een scholengemeenschap voor atheneum/havo en vmbo, voor 2400 leerlingen op twee locaties (Ermelo en Putten). In nauw overleg tussen Sabine en het CCG is een opleidingsstructuur vormgegeven. Daarvoor is een integraal traject opgezet voor verschillende doelgroepen, van Archimedesstudenten tot zittende docenten. Er zijn twee schoolopleiders getraind, die vorm en inhoud hebben gegeven aan de nieuwe opleidingsstructuur helpen invoeren. De hele school ondergaat nu een cultuurverandering: de deuren staan weer open, en collegiale feedback geven en krijgen is heel normaal geworden.
De startsituatie
Bij het CCG werken ruim 200 medewerkers. Toen Sabine van den Brink in 2007 kennismaakte met de school was zo’n 10% van de leraren onbevoegd of onderbevoegd; de school had veel nieuwe docenten aangenomen. “Het belangrijkste van dit traject is de integrale aanpak,” vertelt Sabine. “Het opleiden in de school is een traject voor alle doelgroepen. Dus naast de docenten in opleiding (de Archimedesstudenten) worden ook zij-instromers, on(der)bevoegden en nieuw aangestelde docenten opgeleid. De ontwikkeling van professioneel docentschap is een zaak van elke collega, vindt het CCG. Daarom leiden we ook een groot aantal ervaren docenten op tot coach. In anderhalf jaar tijd zijn er al zo’n 40 getraind.”
Het opleidingsmodel
Sabine ontwikkelde voor de coaches in spe een cursus met vijf thema’s. De coaches selecteren daaruit de thema’s die ze nodig hebben. “Er waren natuurlijk al verschillende modellen waarmee Archimedes haar eigen studenten opleidt. Ik heb geprobeerd de positieve punten van bestaande opleidingsmodellen met elkaar te combineren: intensieve begeleiding zoals bij ‘Samen op Scholen’, en meer contacttijd voor het vak, zoals bij ‘Samen opleiden’. Daarbij zetten we op het Groevenbeek veel meer in op de eigenheid en context van de school en op maatwerk. Daarom heb ik deze tussenvorm bedacht, waarbij we de leerlijnen werkervaring en reflectie (WER) en studieloopbaanbegeleiding (SLB) op de opleidingsschool aanbieden. Studenten hoeven dus alleen nog voor hun eigen vak (bijvoorbeeld biologie of Frans) naar Utrecht te komen.”