Denk maar aan de theorieën van de psycholoog Gardner die wel tien begaafdheidsgebieden onderscheidt die los van elkaar staan (bijvoorbeeld emotionele intelligentie, muzikaliteit, beeldende kunsten, motorisch enzovoorts). Zie ook het kennisdossier over Meervoudige intelligentie.
Ook voor J.S. Renzulli is hoogbegaafdheid niet louter een hoog IQ. Volgens hem moest iemand naast het hebben van hoge intellectuele capaciteiten ook heel creatief en daarnaast taakgericht zijn, om van hoogbegaafdheid te kunnen spreken. Hij zette drie factoren (dus een hoge intelligentie, doorzettingsvermogen en creativiteit) in een model met drie Venn-diagrammen, die elkaar op één punt in het midden overlappen. De hoogbegaafden zouden zich in deze doorsnede bevinden.
Prof. dr. Franz Mönks werkte verder aan dit model: hij vestigde de aandacht ook nog op drie belangrijke omgevingsfactoren die van invloed zijn op de mate waarin een hoogbegaafd potentieel van een kind zich ontwikkelt: het gezin, de school (ook: de aanpak) en de peergroup (bijv. vrienden).
- Zie de pagina Verder lezen voor meer informatie over bovengenoemde wetenschappers.