AGENDA

 De beslissing van de ouders: een ci of niet? 

  1. Auteur: Beppie van den Bogaerde, Lisette Blankestijn 
  2. Bijwerkdatum: 25-2-2009 18:56
  3.  
“Geef het kind  wat te kiezen”
 
 

Vijfennegentig procent van doofgeboren kinderen heeft horende ouders. Vroeger ontdekten ouders vaak pas laat dat hun kind doof was. Meestal rinkelden de alarmbellen pas als het kind niet begon te praten; dan was het soms al tweeënhalf of drie jaar oud. De eerste levensjaren zijn echter erg belangrijk voor de taalverwerving van een kind: vóór zijn (of haar) vijfde verjaardag moet het zijn moedertaal verworven hebben, anders dreigt de rest van zijn ontwikkeling in gevaar te komen. Door de neonatale gehoorscreening weten ouders in Nederland meestal al twee weken na de geboorte van hun kind of het doof is. Voor horende ouders komt dit bericht natuurlijk vaak onverwacht omdat zij zelf nog niets hebben kunnen merken, maar voor het kind zelf betekent de vroege ontdekking van zijn doofheid een grote tijdswinst. Al heel vroeg in zijn ontwikkeling is immers duidelijk dat hij de gesproken taal niet op een vanzelfsprekende manier zal kunnen verwerven. De ouders moeten nu zo snel mogelijk allerlei verstrekkende beslissingen nemen. Beppie van den Bogaerde pleit voor een tweetalige opvoeding.

 

“Eén van de eerste beslissingen die ouders tegenwoordig moeten nemen als is vastgesteld dat hun kind doof is, is of zij een cochleair implantaat (ci) willen laten implanteren (als dat mogelijk is). Artsen zullen het kind in de meeste gevallen zo snel mogelijk een ci geven, omdat een ci hem/haar een betere kans geeft op een normale gesproken taal- en spraakontwikkeling. (Daarvoor is natuurlijk ook andere input onontbeerlijk, zoals interactie met anderen en spelen.) Voor ouders is het echter niet altijd vanzelfsprekend om die ingreep om een ci te plaatsen te laten verrichten. Het is een behoorlijk zware operatie, zeker voor een baby. De ouders moeten dus in korte tijd veel informatie tot zich nemen, en een beslissing nemen nog voor de eerste verjaardag van het kind.”

  

Communiceer!

“Vooral de eerste levensjaren is een goede communicatie erg belangrijk, ook voor de hechting tussen ouders en kind. Gebaren kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Bovendien is de werking van een ci niet te voorspellen: het implanteren van een ci geeft geen garantie dat de taal en spraak zich goed zullen ontwikkelen. Daarom is het goed om je kind de mogelijkheid te geven om te leren communiceren met gebarentaal. En een ci kan ook stuk gaan. Hoe vaak kun je een kind weer opereren, om het ci te vervangen? Daar zijn nog nauwelijks gegevens over. Het kind moet leren met het ci om te gaan, krijgt logopedische les, maar ondertussen gaat de communicatie thuis gewoon door. Communiceer dus met je kind! En vergeet daarbij niet dat je zijn vader of moeder bent, niet zijn logopedist. Het communiceren moet wel prettig en ontspannen kunnen verlopen. En verwacht niet dat je zelf meteen gebarentaal beheerst. Je kunt niet in twee jaar NGT leren, dus eis dat ook niet van jezelf. Daarom is bij dove kinderen van horende ouders talige input uit andere bronnen heel belangrijk. Dat kan bijvoorbeeld door het kind ook naar een tweetalige crèche te brengen, door een oppas te nemen die ook NGT beheerst en door het kind veel in contact met andere dove kinderen te brengen.”

 

Naar school

“Veel dove kinderen gaan naar een gewone crèche, anderen gaan naar speciale voorscholen en speelzalen. Die laatste groep leert in de meeste gevallen dus al in een voorschoolse situatie om ook buiten het gezin met gebarentaal te communiceren. Over hoe dove kinderen het doen in het reguliere onderwijs, is nog maar weinig bekend. Wat we wel weten, is dat kinderen die pas later een ci hebben gekregen (tussen hun derde en zesde levensjaar) het heel wisselend doen: in de puberteit krijgen sommige kinderen uit deze groep, die in de jaren 90 zijn geïmplanteerd,  identiteitsproblemen. Ze vragen zich af: waar hoor ik bij, ben ik horend of ben ik doof? Immers: met een ci zijn ze (slecht)horend, maar als ze slapen, zwemmen of als hun ci uit is dan zijn ze doof.”

 

Tweetaligheid

“Ik pleit ervoor om alle dove kinderen, dus ook kinderen met een ci, tweetalig op te voeden. Dat geeft hun een keuze. Het vraagt wel veel van de ouders en andere verzorgers natuurlijk. Zij zullen cursussen gebarentaal moeten volgen. En daar ligt dan gelijk een advies aan de overheid: die moet zorgen dat ouders daartoe in staat worden gesteld. Zij hebben immers tijd en geld nodig om die cursussen te volgen. Daar is nog wel wat te winnen, want op dit moment betalen verzekeraars zonder aarzeling grote bedragen voor de medische kant van de zaak, bijvoorbeeld de implantatie van een ci, terwijl voor cursussen gebarentaal en kennismaking met de Dovencultuur nauwelijks budget is.”

 

LOGIN

WIKI

VACATURES

  1. Consumptieve techniek / Amsterdam
  2. Onderwijsassistent / Haren Gn
  3. Engels / Zaandijk
  4. Maatschappijleer / Utrecht
  5. Onderwijsassistent /

NIEUW IN DE WEBLOGS

  1. mvanast /  Test