Waarin verschilt de taalverwerving van dove kinderen van die van horende kinderen?
“Kinderen ontdekken de wereld voor een groot deel via taal, dus een goede taalverwerving is voor elk kind heel belangrijk. Als een kind doof geboren wordt, verwachten veel mensen dat hij/zij zich de gesproken taal wel eigen zal maken, maar dit is helemaal geen vanzelfsprekend proces. Een doof kind zal altijd ondersteuning nodig hebben in de vorm van logopedie en/of technische hulpmiddelen om de gesproken taal te verwerven. Daar komt bij dat vooraf niet goed is te voorspellen wat zo’n technisch hulpmiddel precies voor een kind zal kunnen doen. Dat blijkt pas na een paar jaar, terwijl juist de eerste levensjaren van groot belang zijn voor de taalverwerving. Spraak afzien (liplezen) is heel lastig, zo’n 40% van de spraakklanken kun je niet van de mond aflezen. Wanneer we een doof kind uitsluitend gesproken taal aanbieden, dan moet hij of zij de wereld dus leren kennen via een taal waartoe maar beperkt toegang mogelijk is. Een vrijwel onmogelijke opgave. Daarom pleit ik ervoor om dove kinderen gebarentaal aan te bieden. In ieder geval vanaf de constatering dat het kind doof is (dat is vaak al in de eerste weken na de geboorte) tot zijn derde levensjaar. Gebarentaal (Nederlandse Gebarentaal (NGT) is immers zichtbaar, en kan zonder technische hulpmiddelen worden verworven.”
Wanneer moet je beginnen, met het aanbieden van gebarentaal?
“Zo vroeg mogelijk. Maar bedenk wel: zo’n 95% van de doofgeboren kinderen heeft horende ouders. Dus het aanleren van gebarentaal heeft voor de meeste gezinnen nogal wat implicaties. Wordt een kind doof geboren in een gezin met één of meer dove familieleden, dan is gebarentaal vaak de thuistaal. Waar de geboorte van een doof kind in een horend gezin vraagt om een aanpassing van de communicatie binnen het gezin, groeit het kind van een dove ouder op in een situatie waarin in ieder geval al vaak gebarentaal wordt gebruikt. Deze kinderen hebben doorgaans ook iets meer succes bij het leren van het geschreven Nederlands, zo blijkt uit onderzoek in het Journal of Deaf Studies and Deaf Education (2008).
Wat is het verschil tussen Nederlands waarbij wat gebaren gebruikt worden en Nederlandse Gebarentaal (NGT)?
“NGT is een volledige natuurlijke taal met een eigen lexicon en eigen grammaticale regels. Er zijn overeenkomsten met gesproken talen, zo kent het NGT kent gebaren vergelijkbaar met zelfstandig naamwoorden en werkwoorden. Maar er zijn ook verschillen, NGT kent geen voorzetsels en lidwoorden bijvoorbeeld. Dat NGT een ‘echte taal’ is blijkt ook uit neurolinguïstisch onderzoek. Nederlands met Gebaren (NmG) is gesproken Nederlands ondersteund met gebaren, het volgt de grammatica van de gesproken Nederlandse taal, inclusief alle spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen. NmG blijft ook gesproken Nederlands. Dit betekent dat er met stem wordt gepraat, zoals iedereen doet die ‘gewoon’ Nederlands spreekt. Mensen die op latere leeftijd doof zijn geworden gebruiken vaak liever NmG dan NGT.”
Hoe verloopt het taalverwervingsproces van NGT door dove kinderen van dove ouders?
“Dit proces verloopt net als de verwerving van andere natuurlijke eerste (gesproken) talen. Een kind brabbelt eerst, gaat dan protogebaartjes maken en maakt rond zijn eerste verjaardag zijn eerste echte gebaar. Rond 18 maanden kan hij twee gebaren combineren, en daarna wordt zijn taal steeds vollediger en complexer. Het leren lezen (van het Nederlands dus) verloopt bij een doof kind anders dan bij een horend kind. Hij/zij moet leren lezen vanuit een taal (de gesproken taal) die hij niet of slechts ten dele beheerst omdat die taal nu eenmaal niet of moeilijk(er) toegankelijk is. Dit vraagt om een heel andere didactiek. Vast staat dat het ook bij een dove leerling lastig te voorspellen is tot welk niveau hij zich zal ontwikkelen, op school. Daarbij maakt het niet uit of hij/zij nu met alleen gesproken taal, met NGT of tweetalig is opgevoed.”
Kun je uitleggen wat voor soort taal NGT is? Is het moeilijk om NGT goed te leren?
“NGT is een natuurlijke taal. Qua taal staat NGT vrij ver van het Nederlands af, bijvoorbeeld te vergelijken met het Fins of het Arabisch, het is echt een heel andere taal. Het taalverwervingsproces verloopt hetzelfde als bij gesproken talen, maar het duurt lang voordat je NGT goed beheerst omdat er veel moeilijke aspecten zijn. Een kind dat opgroeit met NGT zal bijvoorbeeld pas rond zijn negende jaar de werkwoorden helemaal goed kunnen vervoegen. Of denk aan het vertellen van een verhaal: dat is voor elk kind een hele opgave, maar in de NGT moet je dan ook nog eens de ruimte voor het lichaam leren gebruiken. Je neemt een rol in, moet bedenken waar (in de ruimte voor je) die persoon staat, en waar de anderen uit je verhaal staan. Het duurt lang om dat in de vingers te krijgen. Veel mensen denken trouwens dat NGT een soort Esperanto is: alsof wereldwijd iedereen die gebarentaal beheerst met elkaar kan spreken. Maar dat is een wijdverbreid misverstand, het NGT is immers een natuurlijke taal. Dus er is ook een Britse gebarentaal, een Franse, Duitse, enzovoorts.”