De denkbeelden van een leraar bepalen in grote mate zijn gedrag in de klas. Een leraar heeft bijvoorbeeld een bepaald beeld van de leerlingen in zijn klas. Vooral van de leerlingen die veel aandacht vragen. Daarnaast heeft hij een beeld van de ideale les. “Dat zou je je eigen onderwijstheorie kunnen noemen”, legt Hanne Touw uit. “Een beeld van hoe je het in je eigen klas graag zou willen. Dit geheel van onbewuste denkbeelden en overtuigingen willen wij boven water krijgen.”
Onbewuste denkbeelden en overtuigingen over mensen noemen we ‘constructen’. Een term uit de zogenaamde constructen psychologie, die in de jaren ’50 is ontwikkeld door de Amerikaan George Kelly. Volgens deze theorie heeft ieder persoon 12 tot 16 eigen constructen, waarbij iedere term een persoonlijke tegenpool heeft. “Een kind dat leergierig is dat vind jij positief, en een kind dat niet leergierig is dat noem jij dan lui”.
Met de reflectieve werkwijze ‘de leraar in de spiegel’ brengen wij de constructen van leraren onder woorden. Het is niet de bedoeling om er een waardeoordeel over uit te spreken. “Wij zeggen niet dat er goede constructen zijn en slechte. De ene opvatting is niet beter dan de andere. We willen leraren bewust maken van hun overtuigingen en nagaan of er constructen zijn waar ze last van hebben.”
Als leraar moet je immers voortdurend beslissingen nemen. En dat is vaak niet zo eenvoudig. “Op het juiste moment de juiste beslissing kunnen nemen, dat is cruciaal in ons beroep. Maar wat is nu juist? Dat is voor ieder mens persoonlijk, we hebben immers onze eigen overtuigingen?”
Het in kaart brengen van persoonlijke overtuigingen is echter niet voldoende. Vervolgens moet je er als leraar mee aan de slag. Hoe werkt dat dan?
Persoonlijke overtuigingen achterhalen
Leraar in de spiegel bestaat uit een training van 5 x 3 uren. “In een aantal stappen achterhalen we je persoonlijke overtuigingen”, geeft Touw aan. De training is gebaseerd op het principe van “train de trainer”. Wij vragen eerst aan de school om een aantal ‘sleutelfiguren’ te benoemen, leraren die een herkenbare positie binnen de school hebben. Deze leraren leiden we op tot interne coaches, die vervolgens in teams van 5 of 6 leraren met de methode aan de slag gaan. Deze werkwijze passen we toe in het primair onderwijs (basis- en speciaal onderwijs) en het voortgezet onderwijs.
Touw licht toe: “Wij trainen eerst de sleutelfiguren: die doorlopen de hele cyclus van 12 stappen. Daarna kijken we met elkaar hoe we de werkwijze kunnen vertalen naar de school toe. Vervolgens gaan we het proces met de hele school doorlopen. Elke coach krijgt dan 5 of 6 collega’s om mee te werken. Uiteindelijk moet de coaching uitmonden in een Professioneel Persoonlijk Portret (PPP). Daarin beschrijf je als leraar hoe jouw constructen duidelijk maken wat je sterke en je minder sterke kanten zijn als leraar in relatie tot leerlingen. Met welke kinderen je prettig kan werken en met welke kinderen je moeite hebt en hoe dat komt. Ten slotte formuleert elke leraar leervragen. De leervragen uit dit PPP worden gekoppeld aan het Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP) en aan thema’s die op teamniveau worden uitgewerkt.”
Na afloop van de training presenteren de leraren hun Professioneel Persoonlijk Portret aan hun collega’s. Vervolgens vindt er nog een individueel gesprek plaats over het PPP en de geformuleerde leervragen.
Hoe gaat het dan verder? Touw: “Het is aan de school en de coaches om de coaching binnen de teams voort te zetten. Na een jaar kunnen de coaches bijvoorbeeld opnieuw gesprekken voeren met de betrokken leraren.” Het grote voordeel van de methode is dat je de reflectie met het hele team doet. Touw: “De school kan bijvoorbeeld de methode koppelen aan Video Interactie Begeleiding”
Overigens staan de coaches er niet alleen voor. Begeleiders van de HU kunnen desgevraagd ondersteuning bieden.“Wij ondersteunen de coaches door intervisie. Verder zijn er plannen om professionaliseringsdagen voor coaches te organiseren en netwerkbijeenkomsten te initiëren”, aldus Hanne Touw.
Gedragsverandering
Inzicht in de eigen overtuigingen moet uiteindelijk tot gedragsverandering leiden. Een kleine aanpassing in het gedrag van de leraar kan al merkbaar effect op leerlingen hebben. Hanne Touw geeft een voorbeeld uit de praktijk om dit punt toe te lichten.
“Een student gaf aan dat ze het als negatief had ervaren als een leerling agressief werd. Ze zei dat ze zich dan terugtrok en maar hoopte dat het vanzelf over zou gaan. Nou is dat laatste meestal niet het geval met agressief gedrag. De situatie escaleerde tot de leerling een stoel door de klas gooide. Na dat incident trok de student aan de bel. Ze realiseerde zich wel dat ze moest optreden maar ze deed niets. Ervaringen met agressief gedrag uit het verleden speelden daarbij een rol. Door de reflectieve werkwijze werd ze zich daarvan bewust.”
Vervolgens bleek een kleine gedragsverandering al een positief effect te hebben. Touw: “De student ging staan zodra ze agressief gedrag zag ontstaan. Alleen al door de fysieke uitstraling – ik ben er – merkte ze dat ze agressief gedrag vaker voor kon zijn. Ze snapte beter waardoor ze blokkeerde en daardoor ging het al beter in de klas.”
Kun je gedragsproblemen op deze manier uit de wereld helpen? Nee, dat niet. “We kunnen gedragsproblemen met deze werkwijze niet zomaar verhelpen. Wel kunnen we laten zien welke rol het gedrag van de leraar zelf heeft.”
Positieve ervaringen
Leraar in de spiegel wordt al 3 jaar gebruikt als reflectieve werkwijze voor Pabo’s. Binnen de Faculteit Educatie van de HU zijn diverse collega’s getraind om als coach te werken. De Pabo in Breda wil ook met het idee aan de slag. Touw: “Ook andere pabo’s hebben belangstelling getoond.
En wat vinden leraren van de methode? “Leraren geven aan dat ze het erg prettig vinden om zo intensief over hun eigen opvattingen te kunnen praten. En dat er geen waardeoordeel aan wordt gekoppeld, dat er gewoon geluisterd wordt naar hoe ze over leerlingen denken.” Reflecteren op eigen opvattingen en gedragingen kan emoties oproepen. Maar uiteindelijk levert het inzicht op en leidt het hopelijk tot verbetering van het handelen.
“Wij willen leraren wat nieuws laten ontdekken. Wij willen dat de leraar zelf in de spiegel gaat kijken.”
Meer lezen
Touw, J.M.F.; J.T.E. van Beukering & H.A. Everaert
Teachers' Personal Constructs on Problem Behaviour. Paper gepresenteerd op de jaarvergadering van de European Educational, Research Association (EERA), Dublin, Ireland, September 7-10, 2005